BORSTVERKLEINING

Een borstverkleining of borstreduktie is een ingreep die vaak wordt uitgevoerd door de plastisch chirurg. Meestal gaat het om (jonge) vrouwen die een te groot borstvolume hebben in verhouding tot hun lichaamsafmetingen. Veel voorkomende klachten van te grote borsten zijn pijnklachten ter hoogte van de rug, nek en schouders, pijnklachten in de armen, striemen op de schouders van de BH bandjes, hoofdpijnklachten en intertrigo (smetplekken) onder de borsten vooral bij warm weer.

De ingreep kan niet zonder meer worden uitgevoerd; voor terugbetaling van het deel dat onder de ziekenkostenverzekering valt, moet eerst een aanvraag naar de adviserend geneesheer worden gedaan. Dit moet door de behandelend plastisch chirurg worden aangevraagd en dus niet door de huisarts. Preoperatief wordt meestal nog een screening van de borsten uitgevoerd: mammografie of echografie, afhankelijk van de leeftijd.

De ingreep gaat door onder algemene verdoving en de opname duur is meestal 2 tot 3 dagen. De littekens komen rond de tepelhof, verticaal en soms ook onder de borst (ankervormig litteken). In vrijwel alle gevallen zijn de klachten die voor de operatie aanwezig waren veel verbeterd of soms zelfs helemaal verdwenen. Tot welke cupmaat verkleind wordt, hangt af van de grootte van de borsten preoperatief en dient met de chirurg besproken te worden. Het gevoel in de borst en tepel kan na de ingreep soms minder zijn, meestal komt dit terug. Directe complicaties van de ingreep zijn nabloeding en wondinfectie. Het is moeilijk te voorspellen hoe de littekens zullen worden, varierend van een fijn lijntje tot een verbreed, hypertroof litteken. Op de lange termijn zullen de borsten de gewone verschijnselen van het ouderworden ondergaan: verslapping van het weefsel en uitzakken van de borst. Voor vrouwen die nog zwanger wensen te worden en borstvoeding willen geven, moet vermeld worden dat dit soms een probleem kan zijn na een borstverkleining.

Voorbeeld van een borstverkleining, 3 maanden postoperatief