LIPOFILLING

719.jpg img

Lipofilling is een chirurgische procedure waarbij vetweefsel van de patient gebruikt wordt om weefselverlies of een weefseldefect te behandelen. "Lipos" is afgeleid uit het Grieks en betekent "vet". "Filling" betekent "opvullen" in het Engels. Vandaar de benaming lipo-filling. In de jaren 70 werd de liposuctie techniek geïntroduceerd en enige tijd later in de jaren 80 kwam men op het idee om het weggezogen vetweefsel als "vuller" (lipofilling) te gebruiken om weefseldefecten mee op te vullen of om een groter volume te bekomen (bvb. bij borstvergrotingen). Vetweefsel wordt reeds decennia lang gebruikt door plastisch chirurgen maar door de ontdekking in 2000 van een celpopulatie binnenin het vetweefsel met stamceleigenschappen is er echte trend gegroeid om de lipofilling techniek voor verscheidene doeleinden te gaan gebruiken. De lipofilling techniek moet op professionele manier gebeuren met respect voor enkele cruciale stappen tijdens de chirurgische procedure en verwerking van het vetweefsel. Er bestaat nog altijd onduidelijkheid omtrent de ideale manipulatie van het vetweefsel maar plastisch chirurgen werken samen met onderzoekers om stapsgewijs de ideale techiek uit te tekenen en in kaart te brengen. Wij verwijzen graag naar onze sectie "wetenschappelijk onderzoek" waar u verdere informatie kunt vinden omtrent vetweefsel en de klinische toepassingen van lipofilling.

 

DE LIPOFILLING TECHNIEK

724.jpg img

De techniek bestaat uit 1/ liposuctie, 2/ verwerken en 3/ injecteren of inspuiten van het verwerkte vetweefsel.

1/ De liposuctie kan onder lokale verdoving of algemene verdoving gebeuren afhankelijk van hoeveel vetweefsel men wil bekomen om de lipofilling uit te voeren. De liposuctie gebeurt volgens een standaard procedure waarbij via een kleine incisie (insnee; 4 mm) een canule ingebracht wordt waarlangs het vetweefsel wordt opgezogen. De diameter van de canule zal normaal 3 of 4 mm bedragen. Op voorzichtige manier wordt het onderhuidse vetweefsel opgezogen en verzameld in spuiten. Er wordt op gelet om het vetweefsel niet aan de lucht bloot te stellen gezien dit de vetcellen kan beschadigen/uitdrogen.

2/ Nadien wordt het opgezogen vetweefsel (ook wel lipo-aspiraat genaamd) verwerkt. Dit gebeurt door het lipoaspiraat te centrifugeren aan ongeveer 3000 toeren per minuut gedurende 3 minuten. Op die manier wordt het overtollige vocht in het lipoaspiraat gescheiden van de cellen en bekomen we een geconcentreerde populatie cellen die ingespoten (geïnjecteerd) zullen worden. Die geconcentreerde populatie van cellen bestaat niet alleen uit vetcellen maar eveneens uit cellen uit de bloedbaan of vaatwanden, cellen met stamceleigenschappen en jonge vetcellen die nog niet volledig zijn uitgegroeid. Het is belangrijk zich te realiseren dat dit deze celpopulatie een zeer grote verscheidenheid heeft (heterogeen).

3/ De injectie van het lipoaspiraat gebeurt opnieuw via een fijne naald waardoor geen majeure littekens zichtbaar zijn na de ingreep. Het grote voordeel is dat men op verschillend plaatsen kan injecteren en het lipoaspiraat op verschillende dieptes onder de huid kan ingespoten worden.